Een robothondje voor opa en oma: een bedreiding voor de christelijke naastenliefde

Het is verleidelijk om een technologie-kritiek op te bouwen uit de tegenstelling echt en nep. Je hebt echte vrienden en vrienden op Facebook. Je hebt een leven met een baan, tegenslagen en zorgen en het leven van influencers op Instagram. Ook is er zoiets als echte seks en de porno die je tegenkomt op pornowebsites en de ‘seks’ die steeds meer mensen hebben met robots. Het echte leven, zo zouden we kunnen denken, is te vinden buiten een steeds dikker wordende laag van online vernis dat over ons leven is getrokken. De werkelijkheid van onze relatie met technologie is echter meer complex.

Eenheid van lichaam en ziel moet norm zijn voor techniek

Deze opinie van Prof. Dr. W. van Vlastuin verscheen origineel 20-04-2022 in de opinie sectie van het Reformatorisch Dagblad. Dit artikel is een bewerking van de bijdrage van de auteur tijdens de op 7 april gepresenteerde talkshow ”Feiten, Fictie, Fake – techniek en onze blik op de werkelijkheid” van Stichting Techthics.

Er is een groot verschil tussen de informaticabenadering van ons mens-zijn en de christelijke. Geprogrammeerd menselijk gedrag blijft onbezield gedrag en de menselijke geest kan niet worden gedegradeerd tot data die je kunt opslaan.

Prof. dr. Van Vlastuin over robots en zelfrijdende auto’s: “Dit laat zien hoe groot God is”

Hoe vinden wij onze weg in deze tijd van verdergaande technologie? Deze vraag staat vandaag centraal bij de digitale talkshow van Stichting Techthics, genaamd ‘Feiten, Fictie, Fake – techniek en onze blik op de werkelijkheid’. Prof. dr. W. van Vlastuin is één van de gastsprekers die met tafelgenoten in gesprek gaat over de trends die zij zien in de (digitale) maatschappij waarin wij leven. Via CIP.nl blikt de hersteld hervormde hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam vooruit.

Algoritmes, ethiek en christelijke waarden

Wanneer wij computersystemen ontwerpen en bouwen die het leven van mensen gaat beïnvloeden, moeten wij ons afvragen wie daar allemaal door wordt beïnvloed. En dat zijn niet alleen de mensen die direct bij het project zijn betrokken. Het systeem moet rechtvaardig zijn voor alle betrokkenen. Toen studenten mij vertelden over een systeem dat ambtenaren ging helpen bij het interviewen van hun cliënten – uitkeringsgerechtigden – vroeg ik: “Heb je ook met de cliënten gepraat om te kijken wat zij willen?” Dat hadden ze niet gedaan; gelukkig hebben ze dat hersteld.

Misschien lijken computersystemen ver weg te staan van het grote leed van de mensheid. Maar ook in kleine dingen kunnen we onze naastenliefde tonen. Door actief op te komen voor al degenen die benadeeld worden door algoritmes. En er vooral op toe te zien dat algoritmes juist voor deze mensen voordelen bieden. Zodat deze groepen erop vooruitgaan en deel blijven uitmaken van onze samenleving.

Back to Top