Kunstmatige Intelligentie en het gevaar van reductionisme – Henk Jochemsen en Hugo Peters

Kunstmatige intelligentie (AI) is een sterk opkomende techniek met legio nuttige toepassingsmogelijkheden. Tegelijkertijd maakt AI commerciĆ«le en politieke beĆÆnvloeding van grote
groepen mensen mogelijk. Daarnaast dreigen de beperkingen van AI over het hoofd te worden gezien. Informatie is nog geen kennis en zonder context is er nog geen werkelijk inzicht. Met behulp van inzichten uit de filosofie van Herman Dooyeweerd wordt uiteengezet dat het gebruik van AI
zonder nader inzicht in de betekenisan onderliggende data leidt tot een reductie van de werkelijkheid.

Overspannen geloof in computer

Er bestaat geen
enkel wetenschappelijk bewijs dat menselijk denken geheel overdraagbaar is op
computers, betoogt prof. J. H. van Bemmel. Hij reageert op de oratie
“Computer wordt metgezel” van prof. H. J. van den Herik en prof. E.
O. Postma (RD van 27 maart).

Prof. J.H. van Bemmel

Volgens
de evolutietheorie waren de juiste randvoorwaarden en veel tijd voldoende om
menselijke intelligentie te laten ontstaan. De ontwikkeling ging vanzelf en een
slim ontwerp was overbodig. In onze tijd kan de computer helpen bij het
ontstaan van nog hogere intelligentie dan de menselijke. Ook dat is een kwestie
van tijd, slechts enkele honderden jaren zijn voldoende.

Back to Top